En dan ben ik op zondagochtend om 6.00 uur klaarwakker en geniet ik van de zonsopgang in Amsterdam. Stapels kranten van de afgelopen maand smeken om tenminste een béétje aandacht, er liggen facturen en herinneringen bij de post (hebben bedrijven dan echt geen dertig dagen geduld?) maar het mooie weer is aantrekkelijker.
Hoewel het hier in Nederland naar de inmiddels opgedane maatstaven wel erg koud is. In de stad Yogyakarta was het in de felle zon boven ons hoofd 35 graden. Als we dan de hotelkamer inkwamen stond de airconditioning op 25 graden en wilde ik het liefst snel een trui aan. Dat was plots koud! Nu is het twintig graden en vraag ik me af of ik de korte broeken al uit mijn backpack kan halen.
Vier weken Indonesië worden onvergetelijk. Er zijn meer dan 1500 foto’s gemaakt en ik heb bijna 7 uur aan video. Dat wordt nog een leuk klusje.

Vanaf het broeierig, overvol en zwaar be
smogte Jakarta - alwaar we onze vroegere en nu onherkenbare woonhuizen èn mijn nog in oude staat verkerende peuterschool hebben bezocht – zijn broer en ik in het openbaar vervoer naar de westkust van Java gereden om daar een poging te wagen af te varen naar de voormalige en legendarische Krakatau-vulkaan. Een greep in de portemonnee waard om de tocht in de speedboot en de beklimming van de nieuwe vulkaan zelf!
Van het uitgestorven strandplaatsje Carita namen we nogmaals de express bus naar Bogor, waar we het Taman Sarafipark bezochten en de verschrikkelijk mooie botanische tuin bewandelden.

Na Bogor volgde een 3-daagse tour die we vonden bij het lokale Tourist Information Centre. In een grote wagen met vierwielaandrijving gingen we het platteland op, naar plekken waar de toeristen niet massaal reden, door kleine dorpjes en over onverharde kleine landweggetjes. Overnachten deden we in kleine motels of
homestays, huizen van de lokale bevolking met een kamertje voor gasten.

We zwommen onder enorme watervallen, liepen door de enorme theeplantages van de Puncak Pass, sliepen in bamboehuisjes, baden in warme
hotsprings, genoten van extreme bliksems en waanzinnige onweersbuien, bewandelden talloze lokale marktjes, beklommen de vulkaan Papadayan (2662 m),

genoten van de airconditioning in diverse
malls, dronken we de mierzoete melk uit de klapperkokosnoot, lieten we ons regelmatig vakkundig masseren om alle spieren weer los te krijgen, bezochten we een traditioneel Javaanse dorpje, leerden we steeds meer Bahasia te spreken, ondernamen we de ’s werelds mooiste treinreis van Bandung naar Yogyakarta met onderweg uitzichten op heel veel rijstvelden

, liepen we over de Jalan Marlioboro – de winkelstraat van Yogyakarta, wezen we een verschrikkelijke slaapplaats af bij een couchsurfing-gastheer en verbleven we in de Presidential Suite van een hotel, bezochten we de half door de aardbeving van 2007-verwoeste Hindoetempels van de Prambanan,

beklommen we het grootste Boeddhistische bouwwerk ter wereld: de Borobudur; vlogen we voor 40 euro naar Surabaya, zagen we de zon opkomen boven het vulkaanlandschap van onder andere de verstikkende zwaveldampen uitspuwende Bromo-vulkaan – die we ook maar even beklommen, reden we met het openbaar vervoer richting Bali, schrokken we toen enorm toen we een uur lang dachten dat we onze fotocamera onderweg verloren waren die we later toch weer terugvonden in onze eigen tas…, verkenden we het ongerepte en groenrijke oosten van Bali, snorkelden we over het koraal, genoten we ontspannen van de rust op het strand van Legian Beach en gingen we uit in het Balinese nachtleven van Kuta beach. Lang leve Bintang bier!

Binnenkort doe ik hier wel iets met meer diepgang en foto- en videowerk. Onderweg heb ik een dagelijks dagboek bijgehouden met uitgebreide beschrijvingen van alle ervaringen en indrukken. Wellicht kruipt daar ooit ook iets uit.
Nu steek ik eerst een kretek-sigaret op en ga ik het Vondelpark opzoeken.

Zonsondergang op Kuta Beach, Bali.
Labels: persoonlijk